Wat is applicatievirtualisatie?

Appplicatievirtualisatie of appvirtualisatie houdt in dat gebruikers een applicatie kunnen benaderen en gebruiken op een andere computer dan het systeem waarop de applicatie is geïnstalleerd. Software voor applicatievirtualisatie maakt het voor de systeembeheerders mogelijk om applicaties te installeren op een server en vervolgens aan te bieden op de computers van de eindgebruikers. Voor de gebruiker werkt de gevirtualiseerde app net zoals op een fysieke machine.

Over appvirtualisatie:

Hoe werkt applicatievirtualisatie?

De gebruikelijkste manier om applicaties te virtualiseren is met een server. Bij deze aanpak worden applicaties door systeembeheerders geïmplementeerd op een server in het eigen datacenter van de organisatie of via een hostingbedrijf. De systeembeheerders gebruiken virtualisatiesoftware om de applicaties door te geven naar de desktop van de gebruikers of naar andere devices. De gebruiker kan deze applicatie nu gebruiken alsof deze lokaal op zijn of haar computer is geïnstalleerd. Alles wat de gebruiker doet, wordt doorgestuurd naar de server voor concrete uitvoering.

Applicatievirtualisatie een belangrijk onderdeel van digitale workspaces en desktopvirtualisatie.

Wat zijn de drie belangrijkste voordelen van applicatievirtualisatie?

  1. Appbeheer:
    Applicatievirtualisatie maakt het voor IT-afdelingen veel eenvoudiger om alle applicaties van de organisatie te beheren en te onderhouden. Met appvirtualisatie hoeven applicaties niet meer handmatig te worden geïnstalleerd op de computer van elke afzonderlijke gebruiker. Een app hoeft maar één keer te worden geïnstalleerd op een centrale server en daarna wordt die app uitgerold naar de desbetreffende gebruikersdevices. Niet alleen de eerste installatie verloopt veel sneller, ook updates en patches kunnen nu veel sneller worden uitgevoerd, aangezien dit nog maar op één server hoeft te gebeuren.
  2. Schaalbaarheid:
    Applicatievirtualisatie maakt het mogelijk om virtuele applicaties uit te rollen naar allerlei soorten devices, ongeacht het besturingssysteem of de beschikbare opslagcapaciteit van het device. Dit maakt het dan weer mogelijk om met thin clients te werken: gebruikers benaderen hun applicaties op zeer betaalbare systemen, centrale servers zorgen voor de rekenkracht die nodig is om die applicaties te draaien. Op deze manier zijn organisaties veel minder kwijt aan computerhardware. Voortaan hebben medewerkers aan een simpel systeem genoeg om goed te kunnen werken met de apps die ze nodig hebben. Appvirtualisatie maakt bovendien applicaties toegankelijk die anders niet zouden werken met het besturingssysteem van de specifieke computer van de gebruiker. De app draait immers op de centrale server, niet in het besturingssysteem van de computer. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk om Windows-applicaties aan te bieden onder Linux.
  3. Security:
    Met virtualisatiesoftware kunnen systeembeheerders centraal bepalen welke gebruikers toegang krijgen tot welke applicaties. Als de rechten van een gebruiker voor een app veranderen, kan de systeembeheerder de toegang voor die gebruiker heel gemakkelijk intrekken. Zonder appvirtualisatie zou die app fysiek door de systeembeheerder van het gebruikersdevice afgehaald moeten worden. Deze centrale controle over de applicatietoegang komt met name goed van pas wanneer een gebruikersdevice wordt gestolen of kwijtraakt. In zo’n geval kan de systeembeheerder op afstand de toegang tot gevoelige data onmogelijk maken.

Aanvullende informatiebronnen